De warmtetransitie start vandaag

De warmtetransitie start vandaag

Dit is het eerste artikel in onze serie ‘De warmtetransitie start vandaag’. Experts van binnen én buiten Enpuls komen aan het woord over de overgang van stoken op aardgas naar andere - meer duurzame - vormen van woonhuisverwarming.

Februari 2020

Collectieve warmte op z’n Deens

(Leestijd: 6 minuten)

Van alle gemeenten in Brabant wordt eind 2021 verwacht dat ze een transitievisie hebben opgesteld. In welk tempo en met welke bronnen willen ze de 1,1 miljoen woningen in hun wijken aardgasvrij gaan maken? Er zijn grofweg drie opties. Ofwel je gaat voor volledig elektrisch verwarmen, de tweede manier is gebruikmaken van warmtenetten voorzien van duurzame warmte en de derde optie betreft hybride vormen met groengas, bijvoorbeeld een goed idee voor buurten en huizen met slechte isolatie.

Omdat 2021 nadert en ook 2050 – het jaar waarin we 100% aardgasvrij willen zijn met z’n allen – dichterbij is dan je denkt, is het zaak lokale overheden én alle 2,5 miljoen Brabanders te inspireren met en in hun woningen aan de slag te gaan. Volgens Tim van Melick van Enpuls kunnen wij Nederlanders veel leren van onze Deense noorderburen, waar het de normaalste zaak van de wereld is dat dorpskernen met z’n allen gebruikmaken van een lokale warmtefabriek met warmtenet. Lees meer over deze duurzame Deense oplossing en Tims visie op de warmtetransitie in Nederland. Kan het Deense model misschien ook bij ons werken?

De warmtetransitie in Nederland

“Ons huidige energiesysteem kenmerkt zich door enorm veel type partijen, waardoor we als burger door de bomen het bos niet meer zien”, begint Tim van Melick, gebiedsverkenner warmte bij Enpuls. “Bij de ontwikkeling van nieuwe warmtesystemen, ontstaan nieuwe mogelijkheden. Organisaties richten hun aandacht bovendien vooral op stedelijke gebieden, met meer mensen, meer warmtevraag, meer middelen en meer grootschalige warmtebronnen dichtbij. Toch moeten we als maatschappij bewaken dat (duurzame) warmte ook in landelijk gebied voor iedereen beschikbaar en betaalbaar blijft. In landelijke gebieden liggen ook kansen! Denk aan open ruimtes geschikt voor grootschalige opwek en opslag van warmte en een hoge sociale cohesie. Toch wordt een collectieve warmteoplossing voor Nederlandse dorpen vooralsnog niet als meest voor de hand liggende optie gezien, waardoor bewoners vaak zijn aangewezen op individuele oplossingen waarvan de betaalbaarheid nog onduidelijk is. Tijd om ons te laten inspireren door andere landen!”

Het Deense warmtemodel

“Samen met mijn collega Leon Piepers ging ik op studiereis naar Denemarken”, vertelt Tim. “De meeste dorpskernen daar hebben een collectief warmtenet. Dat is bijna altijd in handen van lokale energiecoöperaties en voor een groot deel komt de warmte van de zon. Waar de Denen onze zon al 50 jaar als bron gebruiken, vergeten wij haar en maken we elkaar wijs dat warmtebronnen schaars zijn. Zonde! Eenmaal daar zagen we kleine dorpjes in landelijk gebied met zo’n 1000 woningen die hun eigen warmtebronnen hebben. Vanuit de warmtefabriek lopen rechtstreekse leidingen naar de huizen in het dorp. Zonnevelden in handen van de bewoners zelf, waarbij water stroomt uit de zonnecollectoren en je per vierkante meter drie keer zoveel energie opwekt. Verschillende bronnen gemixt, zoals zonthermie, lokale biomassa, elektriciteit en een beetje gas. Terwijl het in Nederland nog amper wordt gebruikt, is zonnewarmte in Denemarken heel gewoon.”

6 kenmerken van het Deense model

“Het eerste verschil dat opvalt, is de schaal. Waar wij in Nederland gaan voor grootschalige warmtebronnen, is kleinschalig in Denemarken het toverwoord. Ten tweede is het gebruik van bronnen anders. In Denemarken is het vanzelfsprekend om een combinatie van warmtebronnen te gebruiken en zonthermie in te zetten. De optie all electric vinden ze minder vanzelfsprekend, omdat bewoners dan afhankelijk worden van fluctuerende stroomprijzen. Het derde verschil is dat de gebruikte bronnen eigendom zijn van de bewoners zelf, in plaats van grote commerciële organisaties zoals in Nederland. Iedereen kan zien hoe het systeem tot stand is gekomen en hoe het gerund wordt. De financiële kant van de zaak is punt vier. In Denemarken is het onder andere mogelijk een goedkope lening van de overheid te krijgen voor duurzame warmte. Dankzij de transparante wetgeving en het lokale eigendom, is er ook geen concurrentie. Dorpen delen onderling kennis en ervaring, meer dan bij ons. Het zesde kenmerk is de meerwaarde voor inwoners. Met eigen fabriekjes gaat bijvoorbeeld de werkgelegenheid omhoog. Mensen helpen elkaar op dorpsniveau.”

Copy paste naar Nederland dan maar?

Zo simpel is het natuurlijk niet. De situaties in beide landen zijn niet één op één met elkaar te vergelijken. “Maar het model biedt wél inspiratie voor een nieuw alternatief voor duurzame warmte” legt Tim uit. “Eentje waarbij burgers meer invloed hebben en zichtbaar is waar de winst in het systeem zit. Los van de financiële argumenten, die vaak leidend zijn in iemands keuze voor elektriciteit, kunnen we de markt rondom warmte wellicht vanuit andere kernwaarden inrichten, denk aan gemeenschappelijke en maatschappelijke factoren. In plaats van een onbekende directeur op een kantoor in de hoofdstad, wordt de directeur van een warmtebedrijf straks misschien wel gekozen door de burgers zelf, zoals in Denemarken. Met z’n allen in plaats van ieder voor zich maakt de boel transparanter en goedkoper, in tegenstelling tot de individuele oplossingen die ons afhankelijk maken van het bestaande systeem. Nú is de tijd om keuzes te maken. Over 20 tot 30 jaar is dat voor ons gedaan!”

Project Warme Kernen in Nederland

Om duidelijk te krijgen wanneer een collectieve warmteoplossing haalbaar is in Nederlandse dorpen, is Enpuls het initiatief Warme Kernen gestart i.s.m. de gemeenten Roosendaal en Laarbeek. Wat is nodig om het hier op gang te krijgen? Onder welke ruimtelijke, technische en economische voorwaarden is het een haalbare optie? “We kijken onder andere of er een minimum aantal woningen nodig is, wat de dichtheid en indeling van het dorp moet zijn en welke gebiedskenmerken van belang zijn. Belangrijke uitgangspunten zijn dat zoveel mogelijk warmte lokaal wordt opgewekt en dat de warmteoplossing duurzaam en toekomstbestendig is. Ook de opwek van grootschalige zonthermie, eventueel gecombineerd met seizoensopslag, nemen we mee voor de mogelijke mix van warmtebronnen. We zijn actief op onderzoek uitgegaan in Roosendaal en Laarbeek. Eind deze maand leveren we de eerste resultaten op.“

Persoonlijke toekomstverwachting

“Of ik mijn mening alvast wil delen? Uiteraard. Collectieve warmte moet hier in Nederland zeker van de grond af kunnen komen. Als je het enthousiasme van de bewoners alleen al ziet… direct bij presentatie van het idee zijn ze al in jubelstemming! Het idee dat warmte van onszelf kan worden. Dat we banen kunnen creëren, mensen kunnen helpen die het minder goed hebben en op een eenvoudige, transparante manier de transitie zelf vorm kunnen geven. Ja, dat alles staat ons enorm aan. We zien de winst liever lokaal terug bij de sportclub of onze dorpsgenoten. En last but not least: de zon is er voor iedereen. Waarom zou je haar alleen voor elektriciteit inzetten? Als er één warmtebron voor de hand ligt, is het de zon wel.”

Lees hier de ervaringen van het laatste Energiecafé bij Enpuls. 

Nieuwsbrief inschrijven