Datum:09-04-2020

Landelijke sturing

Er ontstaat pas zicht op een haalbare energietransitie wanneer andere thema’s die spelen in de wijk en bij de betrokken huishoudens gekoppeld kunnen worden aan de uitvoering. De energietransitie heeft immers niet bij iedereen prioriteit, zeker niet als er andere prangende zaken - zoals problemen met wateroverlast of rond veiligheid en leefbaarheid - spelen. De warmtetransitie vraagt meer landelijke sturing om dit voor elkaar te krijgen. 

We gingen in gesprek met Kees van Dalen, Strategisch Adviseur Energie bij Enpuls. “Kijk maar naar succesvolle voorbeelden als onze publieke drinkwatervoorziening en gas- en elektriciteitsnetten. En naar de huidige aanpak tijdens de coronacrisis natuurlijk. Als we als land íets laten zien, is het wel dat we uitdagingen samen aangaan en aankunnen.”

Publieke taak of private aangelegenheid?

Dat er voor alle Nederlandse woningen iets gaat veranderen, staat vast. Er zijn grofweg drie opties om te verduurzamen. Ofwel je gaat voor volledig elektrisch verwarmen met een warmtepomp, de tweede manier is gebruikmaken van warmtenetten voorzien van duurzame warmte en de derde optie betreft hybride vormen met groengas, bijvoorbeeld een goed idee voor buurten en huizen met beperkte isolatiemogelijkheden.

“Verandering stuit makkelijk op weerstand, daarom moet de individuele bewoner al tijdens het aanbod van een warmtenet direct voordeel ervaren. Een onafhankelijke partij heeft de beste papieren om het collectieve vertrouwen te versterken en een dergelijk aanbod te verzorgen. Niet dat we geen rol zien voor marktpartijen, maar net als in de vorige eeuw - toen gemeentelijke energiebedrijven de bestaande warmtenetten hebben aangelegd - lijkt het wel sterk de voorkeur te hebben dat het publiek gebeurt.”

Aardgas gaf Nederland welvaart

“Toen we van kolen naar aardgas gingen, waren we blij dat roet en vieze handen tot het verleden behoorden. Ook al was aardgas iets duurder, het gaf meer comfort dus men wilde wel. Bijkomend voordeel voor de Nederlandse economie was ook dat aardgas veel werkgelegenheid en exportmogelijkheden opleverde. De glastuinbouwsector is met aardgas sterk ontwikkeld, zodat we bijvoorbeeld het jaar rond verse groente tot onze beschikking kregen. Dankzij aardgas nam dus de welvaart toe. Nu zomaar bij particulieren aanbellen en zeggen dat ze van het gas af moeten, valt niet in goede aarde. We zullen met een aantrekkelijk alternatief moeten komen en mens en maatschappij duidelijk moeten maken wat ze ermee opschieten.”

Verdienmodel

“De meeste alternatieve vormen van duurzame warmte hebben geen direct financieel voordeel, het gaat vooral om duurzaamheid. Aangezien de factor klimaat voor de gemiddelde burger niet doorslaggevend is, ontbreekt nog een goede businesscase voor particulieren. Daarom is het belangrijk dat de overheid een grotere rol pakt om vaart te maken met de uitrol en bekostiging van warmtenetten, die ons minder afhankelijk maken van energie-import. Dat maakt het aannemelijker, betrouwbaarder en eerlijker voor burgers. Publiek eigenaarschap zorgt dat zowel kosten als baten voor de rekening van de overheid komen. Op termijn vloeien publieke middelen weer terug in de maatschappij.”

Vraag en aanbod matchen

“Los van de economie en governance is in technische zin de kern van het probleem dat het duurzame warmteaanbod en de warmtevraag in de gebouwde omgeving niet gelijk lopen in de tijd.” Warmte is dus schaars, we moeten er efficiënt mee omgaan. Het is onverstandig warmte die er nu al is uit industriële processen niet te gebruiken en tegelijkertijd nieuwe warmtebronnen te subsidiëren. We hebben veel duurzaam aanbod van zon en wind in de zomer, maar vooral in de winter hebben we de warmte nodig. Aangezien de natuur bepaalt, is het lastig schuiven.

We hebben zo’n 1.000 uur zon en 3.000 tot 4.000 uur wind per jaar, terwijl aardgas via het gasnet de volle 8.760 uur per jaar in voldoende vermogen beschikbaar is. Vanuit aardwarmte en industriële processen is er meer continue warmte beschikbaar, maar ook op momenten in de zomer dat je er geen gebruik van kunt maken. De sleutel ligt dan ook in een goede integrale afweging tussen verschillende energiedragers, slimmere conversie - het omzetten van stroom naar een gasvorm of warm water - én de opslag en buffering van warm water.

Ook is er een groeiende behoefte aan warmte- én koudenetten in stedelijke gebieden. Nu is het in steden ‘s zomers 4 tot 6 graden warmer dan in het buitengebied. In plaats van niet-sierlijke, rumoerige en stroom vretende airco’s in te zetten om de temperatuur te laten dalen, kunnen we die warmte ook opslaan via het leveren van koeling. ’s Zomers dus het overschot aan warmte oogsten, om dat vervolgens ’s winters weer in te zetten.”

Efficiënt en gelijkwaardig systeem

Blijft de uitdaging: hoe gaan we een gelijkwaardig en eerlijk systeem opbouwen? “We komen uit een cultuur van socialiseren; de kosten van aansluiting op een gasnet zijn nu gelijk, ongeacht je provincie of dat je in de stad of in een buitengebied woont. Vanaf nu gaan we meerdere smaken en verschillen krijgen, de een moet immers meer isoleren dan de ander en in stedelijk gebied krijg je andere kosten dan in landelijk gebied. Belangrijk hierbij is dat we ons realiseren dat kosten voor de baten uit gaan. Bij een collectieve warmtevoorziening is het - net als bij andere infrastructurele voorzieningen - van belang dat iedereen die in een bepaald leveringsgebied is aangesloten meebetaalt aan de aanleg en het onderhoud van deze voorziening. Dit om invulling te geven aan het recht op warmte ongeacht de modaliteit.”

Collectief boven individueel

“We moeten in Nederland debat voeren over de mate van individuele keuzevrijheid en onszelf realiseren dat het product en de kosten voor iedereen betaalbaar moeten blijven. De particulier vindt het natuurlijk niet wenselijk om van een gasnet naar een warmtenet te switchen als hij bijna 800 euro voor de afsluiting van gas én duizenden euro’s voor aansluiting op het nieuwe warmtenet moet betalen. We moeten zorgen voor een goede landelijke infrastructuur en een deel van de kosten nationaliseren. Om een aanbod bij consumenten neer te kunnen leggen dat ook door de zwakste schouders gedragen kan worden, moeten we het samen doen en op gebiedsniveau oplossingen bieden waar iedereen op kan aanhaken.”

Schouders eronder

“We hebben eerder voor complexe uitdagingen gestaan. Nederland is een land van dijken, polders, eeuwenoude tradities en knowhow van een uitgekiende waterhuishouding. Geen land ter wereld heeft zo’n rijke kennisinfrastructuur op het gebied van watermanagement. Zowel waterschappen (de oudste democratische bestuursorganen), als universiteiten, hogescholen en bedrijven maken er deel van uit. We gebruiken onze kennis van water(technologie) ook internationaal.

Onze bedrijven en kennisinstellingen zijn overal in de wereld actief om deltagebieden voor te bereiden op de klimaatverandering. Bij Enpuls geloven we erin dat we in Nederland ook op het gebied van ‘warm-watermanagement’ kunnen excelleren in een meer en meer geïntegreerd energiesysteem met elektronen, moleculen en warmte. Samen in plaats van ieder voor zich. Op die manier krijgen we de warmtetransitie van de grond!”

Blogserie: de warmtetransitie start vandaag

Dit artikel is onderdeel van de blogserie 'de warmte transitie start vandaag'. In deze blogserie laten we experts aan het woord over de overgang van stoken op aardgas naar andere, meer duurzame, vormen van woonhuisverwarming.